Nieuwsbrief september 2005
Waarom verschilt de volgorde van de toetsen op een telefoon en een rekenmachine? En waarom rekent het zo onhandig met een mobiele telefoon? Er bestaat een theorie die zegt dat de telefoonmaatschappij expres de volgorde heeft omgedraaid. Op deze manier zouden mensen die geleerd hebben snel rekenmachines te gebruiken worden vertraagd zodat de telefoons de snelheid zouden kunnen bijhouden. Deze theorie is niet waar, ook al kies je zeer snel, telefoontoestellen met druktoetsen hebben geen moeite dit bij te houden.
Zowel rekenmachines als telefoons met toetsen kwamen aan het begin van de jaren 60 beschikbaar voor het grote publiek. Bij telefoons staat linksboven de 1 en rechtsonder de 9 terwijl dit bij rekenmachines andersom is.
De eerste rekenmachines waren mechanische of elektronische apparaten met zware buizen. De toetsenborden zijn gebaseerd op oude kassa’s, waarbij de meest linkse knoppen bovenaan begonnen met een 9 en onderaan met een 0. De tweede rij begon met een 90 en eindigde met 10 en de volgende met 900 bovenaan en 100 onderaan. Alle eerste rekenmachines waren 10 regels hoog en de meeste waren 9 rijen breed. Vanaf het begin stonden boven aan de handzame calculators de toetsen 7-8-9 van links naar rechts.
Telefoons met draaischijven bestonden natuurlijk voor de telefoons met druktoetsen. Er zijn twee redenen waarom telefoonmaatschappijen bovenaan de toetsen 1-2-3 plaatsten. Ten eerste lijkt de volgorde op deze manier meer op de plaatsen van de cijfers op de draaischijven, waarbij de 1 boven aan staat en de 9 onderaan. Daarnaast heeft Bell Labs een onderzoek uitgevoerd, genaamd ‘Human Factor Engineering Studies of the Design and Use of Pushbutton Telephone Sets’, om de meeste gebruiksvriendelijke volgorde te bepalen.
De onderzoekers testten verschillende configuraties, waaronder de drie-bij-drie matrix met de 0 onderaan; een opzet van twee rijen van vijf toetsen (verticaal en horizontaal) en een ronde opzet waarin cijfers met de klok mee en tegen de klok in geplaatst waren. Het bleek dat de drie-bij-drie matrix met boven aan de toetsen 1-2-3 het meeste gemakkelijk te gebruiken is. Ten slotte wordt er gesuggereerd dat de volgorde ook te maken heeft met het gebruik van letters op telefoontoetsen, die als deze onderaan beginnen voor verwarring zouden zorgen.
Feit blijft dat het moeilijk is een telefoonnummer op een rekenmachine in te voeren of te rekenen met je mobiele telefoon. Usability blijkt dus voor een deel afhankelijk van gewenning.
Bronnen:
Inhoud: