Het cliché van het kind als tovenaar op de computer die kinderlijk eenvoudig op het web zijn weg vindt en zelfs zijn ouders aan het handje neemt, is fout. Uit het onderzoek ‘Klik en klaar’ van stichting Mijn Kind Online en 2C Usability blijkt dat kinderen tussen 8 en 12 jaar online nauwelijks lezen, zeer ongeduldig zijn en een site verlaten als die te onduidelijk is. Zoeken op internet gaat ze slecht af. Door hun beperkte internetvaardigheden komen kinderen per ongeluk op plekken op internet die niet voor hen zijn bedoeld. Dat online veel fout gaat, ligt overigens niet alleen aan de kinderen zelf. Veel kinder-websites scoren niet goed op gebruikersvriendelijkheid.
Het onderzoek van Mijn Kind Online en 2C is het grootste Europese onderzoek met kinderen naar surfgedrag en gebruikersvriendelijkheid tot dusver.
Onderzoeks-opzet
Zeshonderd kinderen zijn via een online enquête bevraagd, er vonden vijf groepsinterviews met steeds acht verschillende kinderen plaats en er waren vijftig individuele interviews achter de computer met 8- tot 12-jarigen. De kinderen kregen op 24 populaire kinder-websites zoekopdrachten, die ze met wisselend succes voltooiden. Ogenschijnlijk simpele taken als ‘zoek op de website van het Jeugdjournaal de uitzending van gisteren op’ speelden ze niet klaar.
Grootste problemen op websites voor kinderen
Zoekmachines op educatieve sites voldoen niet. Als een kind een werkstuk moet maken over de Eiffeltoren en hij zoekt op Eifeltoren dan krijgt hij bijna geen zoekresultaten. Een site zou kunnen anticiperen op het gegeven dat kinderen nog bezig zijn te leren spellen.
Reclame raakt steeds meer verweven met redactionele inhoud. Kinderen zijn erg gespitst op reclame, ze negeren advertenties zoveel mogelijk, zelfs de jongere kinderen. Maar als een commerciële boodschap is verpakt in een spelletje, dan hebben ze dat niet door.
Sites zijn niet overzichtelijk en hoewel ze populair zijn, worden ze niet ten volle door kinderen benut.
De invloed van ouders
Ouders hebben nog veel invloed op het surfgedrag van hun kinderen. Kinderen krijgen regels en zijn daarom voorzichtig met het verstrekken van hun persoonlijke gegevens op internet. Uit het onderzoek blijkt dat hoe ouder het kind is, hoe groter de vrijheid is die het op internet krijgt. Jonens mogen van ouders vaker dan meisjes zelfstandig bepalen of zij internet op gaan. Het lijkt alsof meisjes meer worden beschermd. Voor meisjes is het gebruik van internet in de regel meestal alleen toegestaan wanneer één van beide ouders thuis is.
Aanbevelingen
Stichting Mijn Kind Online en 2C Usability hebben als speerpunt kwaliteit van media voor kinderen. Kinder-websites zouden meer aandacht aan gebruikersvriendelijkheid moeten besteden, vinden zij. Die laat nu te wensen over.
Het onderwijs en ouders zouden meer tijd moeten steken in het aanleren van informatievaardigheden op internet. Kinderen zijn enthousiast en raken niet ontmoedigd door het maken van fouten. Ze leren zichzelf ‘streetwise’ te maken op internet. Maar ze missen internetvaardigheden, zoals goed zoeken op internet en bepalen of informatie betrouwbaar is op internet. Het is de taak van volwassenen om ze dat te leren.
Voor ouders en scholen: overweeg voor kinderen tot ca. 10 jaar het gebruik van een speciale kinderbrowser. Dit soort browsers vereenvoudigt het surfen en gaat beter om met popup-vensters dan gewone browsers zoals MS Internet Explorer.
RTL Nieuws - Kinderen niet goed met internet (Bron: rtl.nl)
Video-impressie van het usability onderzoek met de kinderen van Stichting Mijn Kind Online en 2C
FACTSHEET: Onderzoeksresultaten
1. Welke websites bezoeken ze?
Spelletjes-sites zijn het populairst
Bijna 85% van de kinderen tussen 8 en 12 jaar speelt mini-spelletjes (ook wel ‘browser games’ genoemd), zoals ‘Pinguïn meppen’, op de verzamelsite www.spele.nl.
Bijna 90% van de 12-jarigen gebruikt Google om te zoeken naar informatie op internet. Bij de 8-jarigen is dat iets minder dan 50%.
Zo’n 40% van de 12-jarigen zegt op Hyves actief te zijn, en circa één op de zes 10-jarigen.
De helft van de 10- tot 12-jarigen bezoekt de video-site YouTube.
Ongeveer 20% procent van de 8-jarigen is gast van Habbo Hotel, een virtuele wereld die mikt op kinderen vanaf 12 jaar. Van de 10-jarigen zegt een derde Habbo-lid te zijn.
2. Wat is de invloed van ouders en school?
Controle thuis en op school
Bijna een derde van de kinderen mag alleen internetten als één van de ouders thuis is.
Op school mag driekwart van de kinderen alleen internetten als er een juf of meester bij is.
Hoe ouder het kind, hoe meer vrijheid
Oudere kinderen genieten meer vrijheid (van hun ouders) op het internet dan jongere kinderen. Kinderen van 11 en 12 mogen vaker internetten wanneer ze dat willen.
Jongens krijgen meer ruimte
Jongens mogen van ouders vaker dan meisjes zelfstandig bepalen of zij internet op gaan. Het lijkt alsof meisjes meer worden beschermd. Voor meisjes is het gebruik van internet in de regel meestal alleen toegestaan wanneer één van beide ouders thuis is.
3. Wat zijn hun web-vaardigheden?
Ongeduldig
Kinderen tussen 8 en 12 jaar verwachten metéén succes als ze online surfen. Ze zijn nóg ongeduldiger dan volwassenen. Daardoor gaat er veel fout.
Lezen op internet
Kinderen lezen niet online. Ze wíllen niet lezen, als ze zoeken verwachten ze dat hun oog ergens meteen op valt. Ze willen onmiddellijk succes op een website.
Ze kúnnen ook niet goed lezen en schrijven. Ze zitten immers nog midden in het leerproces van lezen en schrijven.
Doordat ze nog midden in hun taalontwikkeling zitten, hebben ze een relatieve handicap. Veel zoekopdrachten mislukken of doen kinderen stranden op plekken die niet voor hen zijn bedoeld. Dat gebeurt vanzelfsprekend vooral bij jonge kinderen, maar niet alleen bij hen. Ook 11- en 12-jarigen spellen domein-namen verkeerd, variërend van nikkelodeon.nl (met KK in plaats CK) tot jeugtjournaal.nl (met een T in plaats van een D). Ze komen dan terecht op zogeheten tikfoutdomeinen, oftewel websites die gevuld zijn met advertenties die worden gepresenteerd als normale links. Sinds kort is jeugtjournaal.nl overigens in bezit gekomen van het echte Jeugdjournaal, waardoor die spelfout niet meer tot ontsporingen leidt.
Zoeken op internet
Kinderen zijn niet in staat een goede zoekstrategie uit te stippelen. Te hopen valt dat scholen daar aandacht aan gaan besteden.
Zelden letten ze op de relevantie en betrouwbaarheid van internet-informatie. Meestal hebben ze ook niet geleerd waar je naar moet kijken om de relevantie en betrouwbaarheid te toetsen. Ook hier ligt een belangrijke taak voor het onderwijs
Kinderen verwachten dat internet informatie op een presenteerblaadje serveert, ook als het fout gaat. Google geeft bij een verkeerd ingevoerde zoekopdracht immers aan: ‘Bedoelde u soms ...?’
Hun ongeduld zit in de weg. Veel kinderen lezen wel degelijk de tekst bij de beschrijving van een zoekresultaat in Google, maar te vluchtig. Razendsnel klikken ze door waardoor ze de kern missen.
Jongens zijn sneller afgeleid, meisjes zijn geconcentreerder.
In Google zoeken naar afbeeldingen gaat vaak wel goed. Plaatjes herkennen is een stuk makkelijker dan teksten interpreteren.
Beoordelen van informatie
Kinderen komen op internet een overdaad aan ongestructureerde informatie tegen. Maar ook als hun zoektocht op één website plaatsvindt, krijgen ze veel informatie op zich afgevuurd. Een website biedt een rijkdom aan keuzes die voor kinderen moeilijk te maken zijn. Welke informatie is bij een gerichte zoektocht belangrijk? Op welke termen moet worden gelet in de navigatie-structuur? Hoe is de relatie tussen beeld en tekst? Dat moeten kinderen allemaal leren.
Reclame
Reclame raakt steeds meer verweven met redactionele inhoud. Daardoor is het moeilijk om reclame te herkennen.
Kinderen missen het kritische bewustzijn om te doorzien wat een commerciële boodschap is en wat niet, wijzen de usability-interviews uit.
Kinderen zijn wel gespitst op advertenties (buttons en banners). Ze gaan die uit de weg door bijvoorbeeld afbeeldingen aan de rechterkant als advertentie te bestempelen en ze te negeren. Dat leidt ertoe dat redactionele content soms ten onrechte als reclame wordt gezien en vice versa. Ook normale plaatjes op een pagina met veel tekst zien kinderen vaak als advertentie-uiting. Bannerblindheid heeft in deze leeftijdsgroep al wortel geschoten (en schiet ook dóór...).
Als een website veel afbeeldingen bevat en als banners daardoor niet als zodanig opvallen, dan wordt er wel op advertenties geklikt (zonder dat kinderen dat willen).
Ze vinden internet-reclame ‘stom’, al begrijpen ze wel dat een website niet zonder reclame kan. Advertenties zijn impopulair omdat ze ‘in de weg zitten’.
De frustratie ontstaat doordat kinderen per ongeluk op reclame klikken. Dat gebeurt bijvoorbeeld als ze denken te klikken op de link ‘ga direct naar het spelletje’ maar klikken op de advertentie die er direct boven staat.
Persoonlijke gegevens
Kinderen zijn voorzichtig met het geven van persoonlijke gegevens. Zelden geven ze hun voor- en achternaam en woonadres prijs. Meestal vullen ze valse gegevens in.
Als ze naam en mailadres moeten achterlaten om verder te kunnen, dan twijfelen ze. Waarom is dit nodig?, vragen ze zich af. Ze snappen het niet.
Onbegrip gaat samen met irritatie over registratieprocedures waarbij persoonlijke gegevens ingevuld moeten worden. Met name kinderen van 8 en 9 haken af. Ze vinden het te ingewikkeld.
Er is een duidelijk verschil in gedrag tussen kinderen die regels krijgen en niet. De ‘wijze’ kinderen zijn vooral de kinderen die van hun ouders of van school horen dat sommige zaken op internet niet mogen. Nooit je privé-gegevens geven, is er één. Kinderen zonder regels laten wel hun 06-nummer achter in een advertentie voor ‘gratis’ ringtones.
Hoe terughoudend kinderen ook zijn, soms laten ze zich toch verleiden. Ze vinden dat het geen kwaad kan om het mailadres van vriendjes op te geven als ze daarmee kans maken op het winnen van een prijs. “Soms vul ik het mobiele nummer van mijn vriendin op een website voor een gratis ringtone.”
Over de onderzoekers
De activiteiten van de Stichting Mijn Kind Online, expertisecentrum op het gebied van jeugd en (nieuwe) media, zijn met name gericht op opvoeders en kinderen. De stichting komt voort uit een samenwerking tussen KPN en Ouders Online en werkt onafhankelijk. Mijn Kind Online doet onderzoek, verzorgt ouderavonden en trainingen over media-opvoeding, geeft medialessen aan kinderen en jongeren, publiceert boeken en ontwikkelt campagnes (zoals InternetSOA.nl). Speerpunt van Mijn Kind Online is kwaliteit van media voor kinderen en jongeren. Met het onderzoek ‘Klik en Klaar’ wil Mijn Kind Online websitemakers helpen nóg betere websites voor kinderen te maken. Namens Mijn Kind Online waren Remco Pijpers en Henk Boeke betrokken.
2C Usability is een onderzoeks- en adviesbureau dat onderzoek doet naar en adviseert over vraagstukken waarbij de gebruiker centraal staat. Doel van de onderzoeken is om websites en diensten beter af te stemmen op de wensen van de gebruikers. 2C onderzoekt de gebruikersvriendelijkheid, gebruikerservaring (‘user experience’) en bruikbaarheid van communicatiemiddelen zoals websites, maar ook van diensten en producten. Van 2C Usability waren Thomas Marteijn, Eline Dijkerman, Wouter van den Berg en Maartje Bosman als onderzoekers actief.
Contact
Heeft u vragen of wilt u een (digitaal) exemplaar van het rapport hebben, neemt u dan contact op met stichting Mijn Kind Online. Contactpersoon: Remco Pijpers, coördinator van ‘Klik en Klaar, Een onderzoek naar surfgedrag en usability bij kinderen’. Telefoon: 06-51436711